THE MAY BEES LIVE @ KULTUURHUIS BOSCH ARNHEM (NL), march 14th 2008, 3voor12

The May Bees, hoofdact van vanavond, hebben het zaaltje meteen onder controle. Het sterke openingsnummer blijkt een songformule te bevatten die nog een paar keer herhaald wordt. Het werkt dus wel om wat begint als een ballade, langzaam de chaos in te duwen. Toch wordt het net geen maniertje, omdat er genoeg afwisseling in zit.

Mooie akkoordjes, rauw scheurwerk, harmonieuse samenzang, valse noten. Ritme en tempo houden de vaart er in en dan is er ineens een verstild moment. Dat doen The May Bees goed. Het is niet voor niets dat hun nieuwste cd ‘Drop little Boy’ goed ontvangen is door pers en publiek. Frisse, energieke Indierock, met vleugjes Pixies en Dinosaur Jr. Vreemd toch dat de sfeer wat mokkig is. Zou dat te maken hebben met de aankondiging dat dit het laatste optreden is in de huidige samenstelling? Drumster Marzj gaat de band verlaten. Jammer, gedrieen maken ze een vol geluid en klinken ze als een goed geoliede machine. Maar vanavond maken ze geen vuurwerk. En komen er toch mee weg.

THE MAY BEES LIVE @ EXIT ROTTERDAM(NL), december 7th 2007, LiveXS

The May Bees mogen de avond in Exit openen. Gruizige, pakkende indierock volgens manisch Pixies-recept is hun 'recept'. Die zit sterk in elkaar, de zang en het getergde gitaarspel van voorman Gregory Orange is perfect, de drums uitstekend (van drumster Marzj, bekend van o.a. Rudeboy's wijlen League Of X.O. Gentlemen.) Jammer dat de band even wil laten weten dat 'ze niet uit Amsterdam komen en dus hard moeten werken om op televisie te komen.' Zo'n attitude vind je bij vergelijkbare bands uit pakweg Engeland niet terug. Ook wel een beetje vreemd, want het gaat The May Bees voor de wind, met een album dat verschijnt in de Verenigde Staten.

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Dec. 2007 , FILE UNDER

Je hoort wel eens dat internet niet goed voor het sociale leven is en tot nu toe heb ik dat altijd ontkend. Toch ben ik daar vandaag eens goed over na aan het denken want ik werd eens flink met de neus op de feiten gedrukt. Al een paar jaar lang zoek ik het internet af naar leuke en onbekende bands en ik schrijf er dan een stukje over op mijn weblog. Ik ken daardoor intussen heel wat obscure bands uit allerlei uithoeken van de wereld, maar ik ontdekte nu dat ik toch niet zo goed op de hoogte ben van de muziekscene van Nederlandse bodem. Ik had bijvoorbeeld nog nooit gehoord van het duo/trio The May Bees uit Arnhem en dat is eigenlijk heel erg. The May Bees bestond eerst uit gitarist/zanger Gregory Orange en drummer Marzj en daar is nog niet zo lang geleden bassist Patrick Vetkamp bijgekomen. In 2005 en 2006 brachten ze in eigen beheer twee demo-ep's uit en de meeste van die songs, plus een paar andere, zijn nu verschenen op het eerste album Drop Little Boy. Een beetje Pixies, een beetje Dinosaur Jr. en er zijn nog wel wat meer invloeden te horen. Maar het hele album is het zoveelste bewijs dat je ook met een kleine bezetting uitstekende rockmuziek kunt maken. The May Bees is in ieder geval weer een nieuw interessant exportproduct. Ze hebben intussen al een kleine toer door Noord-Amerika gemaakt en een contract getekend bij een Amerikaans label. De cd is zeker de moeite waard want met nummers als "Undefined Sofa Sketches", "Black Queen", "Yeah! Come On!" en zeker "The Enemy's Scientist" kun je volgens mij prima scoren, zeker live. Ook "Mess" en "Fields of Albany" klinken niet verkeerd terwijl ze in verhouding met de rest wel erg lang duren. Ze duren samen bijna de helft van de speeltijd van de cd en er zijn genoeg rockfans die vinden dat een rocksong maar een paar minuten mag duren. Drop Little Boy maakt me in ieder geval nieuwsgierig naar het vervolg.

 

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Jan. 2008 , FESTIVALINFO

Zo nu en dan heb je het we leens. Je zet een cd op en twijfelt of je een naar een nieuw album aan het luisteren bent. Drop Little Boy van The May Bees klinkt als muziek uit begin jaren ’90, het klinkt als grunge, het klinkt als indie.

The May Bees is een tweekoppige band, bestaande uit drumster Maartje ‘Marzj’ Simons (ex-League of XO Gentlemen) en zanger/gitarist Gregory Orange. Ze zijn al enkele jaren samen en hebben met deze band al in het voorprogramma gestaan van o.a. Bettie Serveert, Air Traffic en Frank Black. In de afgelopen twee jaren brachten ze al twee mini cd’s uit (Fake Around en Blame it On The Other Ones) en Drop Little Boy moet hun grote doorbraak worden, alhoewel deze voor een groot deel toch gevuld is met nummers van de eerder uitgebrachte EP’s.

Het album doet gelijk denken aan ongeveer 15 jaar geleden toen de Pixies en Nirvana de muziekscene onveilig maakten. Een mix tussen indie en grunge wat duidelijk te horen is in bijvoorbeeld ‘Black Queen’ en ‘The Everlasting Lover’. Een typisch zeikerig en melancholisch stemgeluid (denk Dinosaur Jr.) is te vinden in het nummer ‘The Enemy’s Scientist’. Vreemd is het een beetje dat er drie nummers achter elkaar te vinden zijn die korter duren dan 2 minuten. Ze wijken ook flink af van de rest van de cd. Zo lijken ‘When She Loves Me’ en ‘In My Bar’ wel een soort ballad en het daarop volgende nummer ‘Yeah! Come On!’ neigt naar punk. Het hoogtepunt van het album heet ‘Mess’, heeft een heerlijke zanglijn en een goede opbouw en duurt ruim zeven minuten.. Het depressieve klinkt goed door in muziek en stem. Het is duidelijk een nummer waarmee The May Bees flink kunnen imponeren.

Door deze ‘compilatie’ van eerder uitgebrachte EP’s hebben mensen weer kans om The May Bees te ontdekken. Met Drop Little Boy (welke ook in Amerika wordt uitgebracht!) brengen deze landgenoten een oud geluid naar het heden. Een album heeft zijn minpunten maar het is een schijfje waar ze trots op kunnen zijn.

3/5

Site

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Dec. 2007 , KINDAMUZIK

Vlotte vlucht zonder ademhalen.

The May Bees timmeren flink aan de weg. Tot dusver heeft die weg dit Arnhemse duo al naar Amerika geleid, waar zanger/gitarist Gregory Orange en drumster Marzj (ex-League of XO Gentlemen) een succesvolle tour maakten. En dat terwijl er nog geen volledig album was. Die debuutplaat is er nu wel: Drop Little Boy, met tien rauw rockende indienummertjes, allemaal al eerder verschenen op twee mini-albums, maar nu gepresenteerd als coherent geheel.

Het album opent gruizig; Orange kraamt van alles uit, maar is tot aan het refrein van 'Undefined Sofa Sketches' onverstaanbaar, of, zo je wil, ondefinieerbaar. Zelf roept de band graag Caesar en The Pixies op als vergelijkingsmiddel, maar voor die laatste rocken The May Bees toch geregeld wat te lomp, zoals in het Soundgardeneske 'Black Queen'. De gitaarpartijen van de puike, poppy single 'The Enemy's Scientist' knipogen daarentegen wel in alle hevigheid naar The Pixies.

Marzj ramt zo hard door dat de luisteraar pas te laat, halverwege de plaat in 'When She Loves You' en 'In My Bar', tijd krijgt om te ademen. In die bar keert ook de kwaliteit terug in catchy gitaarakkoorden en melancholische zang over verlatingsangst. In nummers als 'In My Bar' en 'Mess' zijn The May Bees op hun best. Dat betekent wel dat de drummende bij zich in moet houden, opdat de ander de kans krijgt het rauwe randje te overstemmen.

Drop Little Boy is een te vlotte plaat, die lompe rock, poppy punk en lichtelijk lome indie tot een geheel weet te smelten. Dat laatste is bewonderenswaardig, maar het is voornamelijk het derde genre dat beklijft. Toch genoeg om The May Bees voorlopig nog niet te laten vallen.

Dirk Verhoeven

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Dec. 2007 , CUTTING EDGE

Op muzikaal gebied kwam er de laatste jaren niet veel goeds overwaaien uit Nederland. We denken dan onwillekeurig aan de kleffe rock van Kane en Krezip en ook wel een beetje aan Volumia! en Marco Borsato. Neen, dan liet de karrenvracht Belgische topgroepen de Hollanders een flink poepje ruiken.

Maar dit soort veralgemeningen zijn niet van toepassing op The May Bees, ofte het Nederlandse duo Marzj en Gregory Orange. Bij een eerste beluistering dachten we spontaan aan Dinosaur Jr. (die stem!) en ook wel aan Pixies, Guided by Voices en, welja, waarom niet: Sebadoh. Ronkende referenties, en ze zijn niet eens helemaal onterecht. Op hun eerste full-album ‘Drop little boy’ zijn ze nog lang niet zo geniaal als hun illustere voorbeelden, maar de nummers zijn wél retestrak, aan de rauwe kant en toch klinken ze opvallend fris.

In opener ‘Undefined sofa sketches’ zou je zweren dat J. Mascis (zanger van Dinosaur Jr.) himself achter de micro staat te brullen. En ook ‘Black queen’ en ‘The enemy’s scientist’ rocken een stevig eind weg. Toch zijn ze slim genoeg geweest om adempauzes in te bouwen, met onder andere het verrukkelijk rustige ‘When she loves you’. En het beste moet dan nog komen: afsluiter ‘Fields of Albany’ is hard, (mee)slepend, heeft een emorockkantje, zelfs een streepje strijkers, maar slaat nooit te ver door naar melo klefheid. Grote klasse dus van boven de Moerdijk.

En je kent de Nederlanders: ze kunnen zichzelf goed verkopen. Geen wonder ook dat ze er een vrij succesvolle clubtour op hebben zitten in de US of A (onder andere in het voorprogramma van Frank Black) én een deal met het label Wampus. Een fantastisch debuut! Gijs Ramboer

Rating: 4/5

Cutting Edge

 

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Dec. 2007 , MUSICMAKER

Schijf van de maand

Ik had nog nooit van The May Bees gehoord, moet ik bekennen, maar hun Drop Little Boy is een gitaarplaat van een zekere allure. Niet voor niets wordt hij al in Noord-Amerika gedistributeerd door Wampus. Gerechtigheid bestaat nog. Verwacht bij The May Bees geen ronde, conventionele liedjes, maar juist stekelige songs met weerhaken, een mooi, rafelige studiogeluid en een zanger die meer dan eens de grenzen van zuiverheid opzoekt. Hier zijn liefhebbers aan het werk van de betere Amerikaanse indie-rock, zoveel is duidelijk: Guided By Voices, Sonic Youth en vooral Dinosaur Jr. In de furieuze afsluiter Fiels of Albany zou je haast zweren dat het J. Mascis in hoogsteigen persoon is die daar kreunend en gierend de vocalen verzorgt. Wie zoekt naar referenties uit eigen land moet denken aan het linkeruiteinde van het popspectrum, daar waar Blues Brother Castro zich ophoudt en aanvankelijk ook Caesar zich bewoog. Toegankelijker en radiovriendelijker dan Gert Bettens' Woodface? No way! Maar wie in gitaarrock een zekere weerbarstigheid en een hang naar avontuur zoekt, zal zich in The May Bees veel makkelijker verliezen. Menno Pot

De muziek van het Nederlandse The May Bees houdt zich ergens schuil tussen die van The Pixies en Foo Fighters, twee grote cultgroepen uit de Verenigde Staten. En ook daar zijn The May Bees niet onopgemerkt gebleven. Sterker nog, ze stonden zelfs in het voorprogramma van Frank Black, de voormalig frontman van The Pixies. En niet alleen bij Frank mochten ze de boel komen opwarmen. Dat deden ze namelijk ook al voor The Drones, Bettie Serveert en Caesar. Op eigen initiatief is het tweekoppige monster The May Bees, zoals ze zichzelf het liefst omschrijven, richting het beloofde land vertrokken om daar na een succesvolle clubtour een Amerikaans platencontract in de wacht te slepen. Het gaat dus lekker met The May Bees en wie de cd beluisterd zal beamen dat dit succes ook verdiend is. Drop Little Boy is een prachtig gevarieerde plaat met fantastische songs waarbij ik bij het beluisteren van het nummer In My Bar zelfs even heel stiekem aan David Bowie moest denken. Een compliment, lijkt mij. Dennis Hoebee

 

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Nov. 2007 , DAILY VAULT

I’m not sure if Wampus Multimedia has in fact become the nexus of all that is fresh and different and indefinably compelling in the independent music universe; I only know that it sometimes seems that way after spinning a disc like the May Bees’ Drop Little Boy.

The May Bees are a Dutch duo consisting of Gregory Orange on lead vocals and guitar and Marzj on drums, backing vocals and keys, with guests Pieter de Koning and Flip providing bass guitar. If that alignment sounds a bit like Jack and Meg White, that’s not a bad starting point in imagining the May Bees’ sound; they definitely tap the same vein of big thrashy garaged-out Zeppelin/Pixies thump that lies at the core of the White Stripes’ oeuvre.  But from that basic starting point, the Bees veer off in all directions at once, steering into the melody line with their engines running hot on an explosive mixture of precision pop craftsmanship and torrents of gut-busting guitar.

Moments like the hammering punk-pop of “Yeah! Come On!” briefly suggest a sweat-drenched Euro Green Day, but just when you might think you have them pegged, the Bees startle with the slow pulse of the extended “Mess,” which performs a steady build over a surprisingly compelling seven minutes.  And then you’re into “Everlasting Lover,” which matches fat guitars, bells and heavily distorted vocals into a squalling blast of Frank-Black-on-acid musical mania.

That little triptych is the core of the May Bees’ argument for, as the Wampus one-sheet aptly calls it, “melodic abandon at passion volume.”  That said, there’s no escaping at least a mention of the head-banging throb of “Black Queen,” and the majestic Brian-Wilson-meets-Kurt-Cobain wall of sound that is “The Enemy’s Scientist.”

If your tastes run to safe, predictable prefab pop, you should probably steer clear of this album and go catch the Spice Girls reunion tour instead.  But if you’d like to hear something that would probably set all of their hair on fire at once, you might be just the kind of listener who’ll fall hard for the May Bees.  Drop Little Boy is 34 minutes of the opposite of boring.

Rating: B+

 

REVIEW "DROP LITTLE BOY", November 2007 , OOR

Ruim een jaar geleden maakten The May Bees indruk met hun EP Blame It On The Other Ones. Hun energieke indierock rammelde maar was vooral puur en overtuigend. De korte duur van het schijfje, slechts zes nummers, was het enige minpunt. Daar hebben zanger/gitarist Gregory Orange en drumster Marzj (Maartje Simons, ex-League of XO Gentleman) wat aan gedaan met een volledige cd waarop zeven nieuwe liedjes klinken. Die wordt uitgebracht in de Benelux én via het Amerikaanse label Wampus. De interesse uit het buitenland is niet vreemd. Drop Little Boy is rauwer dan haar voorganger en kent alleen maar goede tracks. Elk nummer heeft haar eigen spanning en opbouw, waardoor het soundtracks van kleine thrillerfilmpjes lijken. Tegelijk wisselt het duo steeds van stijl. In The Everlasting Lover zijn ze een emocore-band, met hartverscheurende vocalen van Gregory. Daartegenover is When She Loves Me het honingzoete onverstaanbare droomliedje, terwijl het ritmische Yeah! Come On! een energieke rocker is. Overkoepelende factor tussen al die verschillende stijlen is ‘het liedje’ dat altijd overeind blijft. Fantastisch debuut.

Rianne van der Molen - OOR

 

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Nov. 2007 , UNDERGROUND A&R REPORT

Taking the heart of trends like europop with a smooth blend of straight riff has been a popular drink for a while, still a potent blend will set one apart from the other. The May Bees have just enough retro blood to pay homage, but their minds run off of soaring passages and rich texture. They get into jams and funks, raves and set-ups. Not a bad song on the disc more than a few hits if they've got the right street team. A few spots meander, but generally the feedback will bring ya back. Highly recommended. A dutch smash (nat!) from the cats at Wampus Multimedia. Contact: the maybees.com. Todd

Underground A&R Report

 

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Nov. 2007 , MUSICFROM.NL

Misschien dat The May Bees toch echt wel weten waar ze mee bezig zijn. Niet alleen komt hun nieuwe album via het label ‘Dying Giraffe Records’ uit in de hele Benelux, ook hebben zij geheel op eigen kracht een promotietour in Amerika volbracht, wat niet alleen een boost is geweest voor de aandacht in de media. Ze hebben er ook een platendeal bij het indie label Wampus Multimedia aan over gehouden. Niks misschien! Goed bezig! Deze Arnhemse band weet wat ze kan en hoe het werkt. Het tweetal Marzj (drumster, ex-League Of XO Gentlemen) en zanger/gitarist Gregory Orange zegt een passie te hebben voor integere, verrassende popsongs. En dat is terug te horen op de plaat. Er wordt nergens onnodig ingewikkeld gedaan, en er staan echte liedjes op de cd. Samen schrijven ze de nummers en live worden ze bijgestaan door een bassist en soms een extra gitarist.

De opener van de plaat heet ‘Undefined Sofa Scetches’. Dit nummer gaat rechtstreeks door van begin tot eind zonder poespas. Doordat er leuke akkoorden langs komen en de zang wordt ondersteund door sterke koortjes wordt het echter niet saai. Mocht je het debuut-mini-album (waarop vier nummers van deze langspeler ook al voorkomen) niet kennen, dan maak je hier goed kennis met de band, want je hoort meteen hun karakteristieke geluid. Vuige rauwe gitaren en drums, zonder al te veel effecten en een zanger met een prettig, wat schor geluid, die de lijnen vaak allemaal maar net lijkt te redden. In dit geval past dat echter mooi in het geheel.

Nummer twee ‘Black Queen’ is echter duidelijk sterker. Een lekkere bas en fijne drums met een duidelijke zanglijn eroverheen als couplet, veel afwisseling en vooral ook echt een goede song met mooie overgangen in de akkoorden en leuke simpele koortjes. Het heeft wel wat van Nirvana of Band Of Horses. Erg goed, het beste nummer van de plaat. De volgende track is ook sterk. Deze zou zo in het repertoire van Johan kunnen (ook zo’n band die echte liedjes maakt). Dit komt vooral doordat Gregory hier hoger zingt en dan lijkt zijn stem ineens sterk op die van Jacco van Johan. Dat in combinatie met het wat rustigere tempo zorgt voor deze herkenning. Ook in de volgende track zingt Gregory op deze manier. Echter in deze refreintjes trekt hij het wel duidelijk minder. Hier gaat hij wel heel erg zwabberen in de hoge noten wat zo eigenlijk net niet meer kan. Jammer, maar de cd gaat verder.

Sterke songs vullen de rest van de cd en kennen de nodige afwisseling. Om nog even wat tipjes van de sluier op te lichten: ‘In My Bar’ is ineens een nummer met een akoestische gitaar. Een rustig kabbelende popsong, welke goed getimed is in de opbouw van de cd. Verder is ‘The Everlasting Lover’ er een die zelfs aan Pink Floyd doet denken. Snelle opgefokte muziek met een hysterische mix van spraak en zang. Doe daar een flinke dosis echo overheen en je flitst ineens terug naar de tijd dat Pink Floyd nog hele cd’s vol schreef onder invloed van alles wat God verboden heeft. En dan voor de echte volharder: als je de cd in je cdspeler laat zitten komt er nog een verborgen track langs.

Al met al weet The May Bees beslist te overtuigen. Na het debuut is nu ook het eerste echte album zeker de moeite waard. Het valt te hopen dat de groep haar aanhang kan vergroten met dit 'Drop Little Boy', dat zou verdiend zijn.

Y. De Blauw - Musicfrom.nl

 

REVIEW "DROP LITTLE BOY", November 2007 , 8WEEKLY

Springerig duo staat als huis

Een bandje dat springerige, punky liedjes speelt. Met stekelige, prikkende rafelrandjes, met een rauwe productionele indierocksaus. Met een ietwat onvast zingende frontman en een vrouwelijke drummer die steevast helemaal raak slaat. Het zou eerlijkheidshalve een reeks introzinnen over de Nederlandse band Caesar kunnen zijn. Toch hebben we het hier over een ander binnenlands collectief; een duo eigenlijk, om wat specifieker te zijn. Een duo dat weliswaar her en der hevig rondspringt, maar toch staat als een huis.

Drop Little Boy, zo heet het debuutalbum van The May Bees. The May Bees: ook wel Maartje 'Marzj' Simons (ex-League of XO Gentlemen) op drums en Greg(ory) Orange op zang en gitaar. Live heeft deze band een bassist in de gelederen. Op 3voor12 vertelde men onlangs dat die bassist er hoogstwaarschijnlijk fulltime bijkomt. Maar eerlijkheidshalve draait deze band op hun debuutalbum nog helemaal om Marzj en Greg. Rauwe indierock, zo noemen ze het zelf. Dat klopt aardig. Want naast de eerder genoemde band Caesar, doet de muziek me af en toe wel een beetje (The Everlasting Lover) aan indiegoeroes de Pixies denken. Sterker nog; de gitaarsolo van de single The Enemy's Scientist lijkt qua schema en klankkleur rechtstreeks van het fameuze Doolittle-album gestolen te zijn. Is niet erg. Zolang het jatwerk maar goed gebeurt en dat is hier zeker het geval. Dan maakt het helemaal niet uit dat je denkt dat je het ooit al eens eerder gehoord hebt.

Over 'eerder gehoord' gesproken, bijna alle nummers op Drop Little Boy zijn al eens eerder uitgebracht op de twee voorgaande EP's van The May Bees; Fake Around (2005) en Blame It on the Other Ones (2006). Dat zou een trieste constatering zijn, ware het niet dat The May Bees in dit geval het voordeel van de twijfel verdienen. Want deze nummers vormen met elkaar wel één goed en coherent debuutalbum. En mede daarom is een internationale move meteen ingezet. Drop Little Boy is in de Benelux bij het Nijmeegse label Dying Giraffe Recordings verschenen, maar voor Noord-Amerika neemt het Amerikaanse label Wampus Multimedia dit debuutalbum voor haar rekening.

Grote thema's
Tekstueel worden er 'grote thema's' aangesneden. Neem die eerder genoemde sterke single die volgens mij gaat over de ambivalentie tussen wetenschap en mensheid. "I am the enemy and I wait", zo lijkt de wetenschapper zelf te zingen. Black Queen is naar eigen zeggen een nummer over de macht van de media. Een nummer over een wereld waarin tv-presentatoren als heiligen worden gezien. Maar ook liefde en verlatingsangst komen langs. "Will anyone look after me, when i'm alone again?", zo zingt Gregory Orange in In My Bar. Of in Subject for My Illusions: "I think you are intelligent, but the conversations we have they end, in a way that I am the one to say what you should do."

En hoe de nummers dan klinken? Inderdaad springerig en punky (Undefined Sofa Sketches, Yeah! Come On! en Black Queen), maar soms ook met dwingende, trage opbouw (Mess). Letterlijk daartussen geklemd zitten van die typische rauwe indiesongs zoals Subject for My Illusions en The Enemy's Scientist. En de rustige liedjes zoals In My Bar en When She Loves You smelten dit debuutalbum tot een prima geheel. En als het veelzijdige album wordt afgesloten met het geweldige nummer Fields of Albany dan kan een eindconclusie niet anders zijn dan deze: dit staat als een huis.

Dennis Dekker - 8WEEKLY

 

THE MAY BEES LIVE @ FESTIVAL DE AFFAIRE NIJMEGEN (NL), july 18th 2007, 3voor12

The May Bees zullen zichzelf bewijzen

In september komt de cd 'Drop little boy' van The May Bees uit op het Amerikaanse Wampus-label. Deze plaat wordt internationaal uitgebracht. In de Benelux is Dying Giraffe Recordings verantwoordelijk voor de release. Een grote stap dus voor de band die eind 2006 al flink tourde door Canada en de USA.
 
De band bestaat uit Gregory Orange and Marzj en wordt live versterkt door een bassist. Op de Affaire mag de band op Club Voerweg bewijzen dat ze veel geleerd hebben van het vele touren.
 
The May Bees maken energieke indierock. Simpele nummers die vol overgave gebracht worden en die soms doen denken aan Pixies. De zang van Gregory past daar prima bij. Zijn stem is niet heel krachtig, maar meestal komt hij er goed mee weg, onder meer met hulp van Marzj. Het tempo zit er goed in en gaandeweg het optreden neemt de band het publiek mee in een lekkere rock-vibe. Helaas is er niet heel veel publiek om hiervan getuige te zijn. De band verdient meer.
 
Als laatste nummer wordt 'Fields of Albany' gespeeld, dat ik persoonlijk een ijzersterk nummer vind. Deze band verdient na de release van hun cd meer aandacht en meer publiek. Ze zullen zichzelf bewijzen.

3VOOR12/ARNHEMNIJMEGEN

Picture (Greg @ De Affaire) taken by Dennis Stempher.

THE MAY BEES LIVE @ RIVOLI / TORONTO (ONT) , November 2nd 2006, Pete Nema

If you think it's tough being a Canadian band and trying to make it in the North American market, try being a Dutch band and doing the same. Then add in having your bass player leave the tour, and you'll understand why musicians require so much dedication. Speaking with Greg Orange (lead vocals, guitar) before the The May Bees' took the stage, it's clear he's able to take it all in stride. He adapts and continues, and enjoys what he does.

The May Bees are really Greg Orange and Marzj (drums). At The Rivoli, the bass was played by their band manager who was able to learn and rehearse eight songs during the day before the show. Greg thanked The Rivoli for letting them use the stage there to rehearse during the day. When he spoke on stage, he sounded humbled by the days events, but when he was playing he seemed to lose himself in the music. Out of the eight songs, the most memorable was Black Queen, not entirely because of the music, but also because when Greg introduced it he indicated that it was a song about Opera Winfrey - not your typical subject for an Alternative band. But it worked.

When Greg and I were talking before the show, we covered a number of music-based topics and discovered that we had common favourite bands, similar ideas about file sharing, and related to music in the same way. I got the impression that he's a really down-to-Earth musician, just in it because it's what he has to do. Visit The May Bees website to learn more about them, and while you're there have a listen to their latest EP on The May Bees Music Player.

PETE NEMA

Picture (Marzj @ Rivoli) taken by Pete Nema.

 

REVIEW "BLAME IT ON THE OTHER ONES", October 2006, CHROMEWAVES

This Dutch duo likes their indie rock 1990s-style. Owing a debt to everyone they no doubt read about in their dog-eared copies of CMJ, but drawing especially heavily from the heyday of Guided By Voices and Sebadoh, their sophomore mini-album is a tasty melange of fuzzily anthemic guitar pop, bendy song structures and sonic collagery. Compact and scrappy, The May Bees are currently on a North American tour and are worth checking out when they stop in at The Rivoli in Toronto on Thursday night.

CHROMEWAVES

REVIEW"BLAME IT ON THE OTHER ONES", September 2006, INDEPENDENTSONLY

The May Bees are two musicians making a whole lotta big rock n' roll with two instruments and outstanding vocal chords. Playing music that roughly mirrors some of the sounds from the first wave of the "alternative" scene. They're really hard to pin down; the music has this driving beat that you can't get away from. A comfortable resonance, honest and raw, great for driving fast… believe us! Marzj and Gregory Orange seem the perfect pair when giving a listen to "Blame It On…" from start to end. They are together on time, as musicians, and in their songwriting. Here's another one for our top 10 of 2006!

INDEPENDENTSONLY

REVIEW"BLAME IT ON THE OTHER ONES", September 2006, INDIEPAGES

This is the second self-released disc from this Dutch duo, and it's got some really good stuff on it. I have somewhat mixed feelings about it, though; many of these songs are really quite good, but the band makes such frequent use of samples (at the beginning of songs, in between songs, in the middle of songs...) that I had a hard time concentrating or even getting into some of this record. I say "had a hard time", as after a couple of listens, some of the samples seemed to not get in the way (although I can't say that they ever really worked, being that samples are generally a pointless addition to any record), though I definitely would've chopped the first 45 seconds off of the opening "Time Again" if I'd gotten to edit this record. Ignoring that flaw, the music itself falls somewhere in between the melodic noise of ...And You Will Know Us By The Trail Of Dead and the catchiness of Guided By Voices, with highlights including "The Enemy's Scientist" and "Black Queen". But in addition to editing out the samples, I also would've cut the closing "Fields Of Albany" in half to improve it, although nothing could help the sluggish 7½ minute long "Mess". Still, I really liked enough of this record to make it a worthy listen. MTQ=4/6

INDIEPAGES

REVIEW "BLAME IT ON THE OTHER ONES", August 2006, KINKY STAR

'The May Bees uit Nederland hebben hebben een erg volle sound voor slechts een two man band (of eerder boy/girl band) te zijn. De grappige Beethoven-intro bij 'Time Again', alsook een sterke stem van Gregory Orange, die ergens zweeft tussen Will Oldham, Neil Young en vooral Jason Lytle van Grandaddy zorgen voor een hechte combinatie. Ook het karig maar goed geplaatst gebruik van samples biedt een extra aan de sound. De lyrics zijn van hoog niveau, en de samenzang tussen Marzj en Gregory zorgt bij momenten voor kippenvel.

Grandaddy spookt wel meer door deze plaat; zo kan 'Mess' trots naast hun 'He's Simple, He's Dumb, He's The Pilot' staan: een erg straffe song dus. 'Gravity' begint met een leuke theremin, om dan over te gaan in een meer Weezer-achtig poprocksfeertje. Het grappige sample-intermezzo in het midden geeft wel een meerwaarde aan deze iets minder sterke song. Wat vooral kan gezegd worden over 'Blame It On The Other Ones' is dat het een erg afwisselende verzameling songs is, zonder noemenswaardige dalen maar erg veel toppen. Afsluiter 'Fields Of Albany' begint weinig veelbelovend, maar naar het einde breekt een epische rocker van formaat los, om daarna te verdwijnen in ruis. Dit is ook een kracht van The May Bees: hun songs bevatten erg verrassende wendingen.

Conclusie: een erg veelbelovende en veelzijdige band, waar we zeker nog van zullen horen. Benieuwd naar de full-cd!'

KINKY STAR

REVIEW "BLAME IT ON THE OTHER ONES", June 2006, MUSICFROM

De openingstonen van 'Blame It On The Other Ones' van The May Bees zetten je aardig op het verkeerde been, er klinkt een vreemde mix van jazz en een soort Weense wals en dat is toch niet bepaald het idioom waarin we dit duo verwachten. The May Bees bestaat uit drumster Marzj, die we eerder tegenkwamen in onder andere League Of XO Gentlemen en zanger/gitarist Gregory Orange. Het tweetal maakt een soort gruizige indierock waarbij namen als bijvoorbeeld Guided By Voices, Pixies, Placebo, The Grifters, Dinosaur Jr. en Queens Of The Stone Age naar boven komen. Een uiteenlopend rijtje en dat klopt, want The May Bees laat zich niet eenvoudig begrenzen.

De zes nummers op dit mini-album zijn nogal intens en dat komt vooral doordat beide leden nogal doordenderen op hun instrument. Vooral Marzj gaat af en toe behoorlijk beestachtig tekeer, maar ook Gregory wil nogal eens aan het scheuren slaan. Dat betekent overigens niet dat er geen tijd is om naar adem te happen, want het is een gevarieerde cd en zo kom je net zo goed een track als 'Mess' tegen dat klinkt als Bill Callahan (Smog) die verdwaald is in een spookhuis. Ook al vallen er zo steeds namen van andere acts, toch heeft The May Bees zeker wel een eigen geluid. Dat kenmerkt zich met name door de centrale rol van gitaar en drums die volop de ruimte nemen om hun ding te doen. Overigens is er meer te horen dan gitaar en drums, want Marzj stuurt ook een aantal samples aan en die brengen vaak een beetje lucht en licht in de composities. Datzelfde effect hebben ook de geluiden (vogeltjes, radiofragmenten etc) waar veel nummers mee beginnen en eindigen

Het is geen materiaal wat 1, 2, 3 blijft hangen, want er zijn wel wat draaibeurten nodig voor het May Bees-werk echt bezit van je neemt, maar eenmaal gewend blijken de zes tracks stuk voor stuk sterke nummers waarin van alles in te ontdekken valt en waarbinnen je eenvoudig naar de meerdere lagen in de song kunt luisteren. Voorts is goed hoorbaar dat het tweetal de muziek met het nodige plezier voortbrengt, zo lijkt bijna elke drumklap van Marzj uit te ademen dat ze geniet achter het drumstel. Al met al is 'Blame It On The Other Ones' beslist een sterke plaat waar we aangenaam door verrast zijn.

MUSICFROM

REVIEW "BLAME IT ON THE OTHER ONES", July 2006, KINDAMUZIK

Drumster Marzj (onder andere ex-League of XO Gentlemen) en gitarist Gregory Orange vormen samen The May Bees. Dit zes nummers tellende minialbum is thuis opgenomen en houdt tussen fuzzy gitaren en heerlijke droge drums het geluid rauw en kaal. Doorheen heel het album liggen invloeden van Guided By Voices en The Pixies; ook Foo Fighters en Radiohead zijn te bespeuren. Bij elkaar genomen schuurt, knettert en spettert dit oprechte, intense én eigenzinnige geluid dat van vele markten thuis is. Zonder een commercieel Kanegeluid ligt voor dit indierockduo een mooie carrière in het undergroundcircuit voor het oprapen.

KINDAMUZIK

REVIEW "BLAME IT ON THE OTHER ONES", august 2006, OOR

Vrolijk kwetteren de vogeltjes erop los. Zo echt dat uw recensente op zoek gaat naar vogelnesten in de muur. De geluiden blijken gewoon op de nieuwe EP van The May Bees te staan - niet te verwarren met de Utrechtse Maybees. Marzj (Maartje Simons, ex-drumster van League Of XO Gentlemen) en Gregory Orange hebben hun muziek doordrenkt met vreemde geluidjes en samples. Trompetgeschal, computergeluiden en walsmuziek lopen naadloos over in hun krakende indierock. Gregory zingt niet altijd zuiver, maar zijn stem is zo karaktervol dat je het hem snel vergeeft. Hij kan donker en grauw klinken, wat goed past bij de soms zwarte teksten. Op sommige momenten lijkt zijn aparte zang zelfs wat op die van Roald van Oosten (Ceasar). Van die band hebben The May Bees wel meer trekjes. Hun popliedjes zijn ook rauw en chaotisch en tegelijk aanstekelijk. Zoals in Black Queen, waarin lieflijke zang het opneemt tegen snelle drums en ronkende gitaarpartijen. Blame it... Is een intens schijfje, met helaas maar zes nummers.

OOR

REVIEW "BLAME IT ON THE OTHER ONES", october 2006, LIVEXS

De lat wordt deze maand voor de locals hoog gelegd met deze EP. The May Bees, met ondermeer drumster Marzj van wijlen Rudeboy’s League of XO Gentlemen in de gelederen, zijn nu anderhalf jaar bezig en worden steeds beter. Blame It On The Other Ones zit sterk in elkaar. De gitaaruitbarstig in Black Queen is niet minder dan geweldig, de samples zijn vaak creepy en altijd origineel en ook de opnamekwaliteit is prima. De band kreeg hulp van Craig Ward die de EP masterde en van Pieter de Koning die de plaat produceerde, dus die voorsprong hebben ze. Maar ze doen het toch echt zelf. The May Bees klinken als allerlei (vooral Amerikaanse) rockgroepen, maar weten er een eigen draai aan te geven.
-  Niets.
+ Alles!

(AS)

LIVE XS

REVIEW "BLAME IT ON THE OTHER ONES", august 2006, DUTCH ROCK AND POP INSTITUTE

The core of The May Bees is formed by Marzj (who previously played the drums with The League Of XO Gentlemen) and singer/guitarist Gregory Orange. In January 2005 their debut album Fake Around was released, followed this year by Blame It On The Other Ones. Lots of references, like Placebo and Guided By Voices, come to mind when listening to the album. The track Black Queen also reminds of Dutch rockers Caesar. Anyway, Blame It On The Other Ones is a high quality album with raw rock songs and lots of tension.

DUTCH ROCK AND POP INSTITUTE

REVIEW "BLAME IT ON THE OTHER ONES", July 2006, 3VOOR12 ARNHEM/NIJMEGEN

Blame It On The Other Ones sterk tussendoortje

Rauw, puur en intens: met deze woorden omschrijven The May Bees zelf hun album 'Blame it on the other ones'. Het kreeg al meerdere positieve recensies. De nummers zijn regelmatig te horen op alternatieve radiostations.
 
Het tweede album van Marzj en Gregory Orange is een album met een boodschap. Het is geen hapklare brok: je moet er een aantal keren naar luisteren en het is zeker de moeite waard om in je in de teksten te verdiepen. Er wordt gezongen over de macht van de media en de hectiek van het leven. Na het beluisteren van 'Mess', een rustige ballad, krijg je het gevoel dat je een beetje zweeft.
 
De muziek rockt, vergelijkbaar met The Pixies en The Foo Fighters. In het album zijn verschillende samples verwerkt, die de nummers een extra dimensie geven. Je belandt hierdoor in een soort muziekrollercoaster. 'Time again', het eerste nummer op de cd, is zeker zo'n nummer: rustige zang en scheurende gitaren.
 
Het tweede nummer 'Black Queen' opent met een fijne bassriff en een goed stukje drumwerk, en sluit af met een bombastisch einde. De diversiteit van het album blijkt vooral bij het laatste nummer 'Fields of Albany', waarbij je in alle rust het album verlaat onder het geluid van vogeltjes. Een uitstekende opwarmer, dit tussenalbum, want volgend jaar staat er een langspeler gepland. We kijken er naar uit!

3VOOR12/ARNHEMNIJMEGEN

REVIEW BLAME IT ON THE OTHER ONES, July 2006, FRET

De kern van The May Bees wordt gevormd door Marzj (zat ooit achter de drumkit bij The League Of XO Gentlemen) en zanger/gitarist Gregory Orange. Vorig jaar januari verscheen hun debuut Fake Around en nu is daar dan de opvolger Blame It On The Other Ones. Veel referenties, zoals Placebo en Guided By Voices, passeren de revue. Het tweede nummer Black Queen doet mij denken aan Caesar. Enfin, belangrijker is dat de band een eigen smoel krijgt. Dat is niet zo moeilijk gezien de hoge kwaliteit van de rauwe rocksongs en de spanning die ze moeiteloos weten vast te houden. Hulde!

FRET

REVIEW BLAME IT ON THE OTHER ONES, June 2006, PLANET TRASH

Het is natuurlijk geen toeval dat The May Bees in de maand mei hun nieuwe plaat uitbrengen. Of wel? De zes tracks tellende EP Blame It On The Other Ones is de opvolger van de vorig jaar verschenen debuut EP Fake Around. The May Bees bestaat uit Gregory Orange (zang en gitaar) en op drums Marzj (Maartje Simons) die we hadden kunnen kennen van o.a. de League of XO Gentlemen. Het duo werkt sinds twee jaar samen onder de naam The May Bees en maakt met regelmaat gebruik van de diensten van bevriende muzikanten op zowel plaat als podium.

Blame It On The Other Ones staat vol met bombastische indie rock met een rauw randje en doet denken aan ...And You Will Know Us By The Trail Of Dead. Helaas zijn de meeste nummers aan de lange kant. Voor mijn gevoel had een meer puntige aanpak de nummers meer zeggingskracht kunnen geven. The May Bees weten hierdoor op deze EP nog niet op alle punten te overtuigen. Met links en rechts een beetje schaven zit een mooie full length er echter wel aan te komen. De band is overigens zo vriendelijk geweest om de laatste paar minuten van de plaat te reserveren voor rustgevende vogelgeluiden zodat de luisteraar rustig bij kan komen.

PLANETTRASH.NL

REVIEW FAKE AROUND, May 2005, FRET

Sinds vorig jaar zomer zijn zanger/gitarist Gregory, drumster/achtergrondzangeres Marzj (ex-League of XO Gentlemen) en bassist/achtergrondzanger Flip als band actief. Net als de meeste bands probeert het trio het de recensent makkelijk te maken door een rijtje mogelijke voorbeelden noemen, zoals Guided by Voices, Foo Fighters, Dinosaur Jr. en Pixies, maar echt op een van deze bands lijken doet de band niet, en zo hoort het eigenlijk ook. 
 
The May Bees voeren hun kernachtige liedjes hard, rauw en ongepoetst uit. De demo Fake Around doet vermoeden en hopen dat de band live minstens zo voluit van leer trekt als het enigszins in de verte vergelijkbare Blues Brother Castro. Met minder neem ik geen genoegen.

FRET

"Fantastic debut!" ~ Cutting Edge magazine (BE) about 'Drop Little Boy'

"34 minutes of the opposite of boring" ~ Daily Vault about 'Drop Little Boy'

"Fantastic debut" ~ OOR magazine about 'Drop Little Boy'

"Album of the month" ~ MusicMaker about 'Drop Little Boy'

"The sensation of Valkhof Affaire Festival 2007" ~ Live XS magazine.

"Best concert I saw in 2006: Bettie Serveert + The May Bees in Southpaw, Brooklyn (NYC)." ~ Radio Crystal Blue

"The music has this driving beat that you can't get away from. (...) Marzj and Gregory Orange seem the perfect pair when giving a listen to "Blame It On…" from start to end. They are together on time, as musicians, and in their songwriting. Here's another one for our top 10 of 2006!"
~ Independentsonly.com about 'Blame It On The Other Ones'

"An exciting piece of work. Six excellent tracks (…) in which there’s a lot to discover (…). We are pleasantly surprised by this strong album."
~ Musicfrom.nl about 'Blame It On The Other Ones'

"A great future in the underground scene is waiting for them."
~ KindaMuzik.net about 'Blame It On The Other Ones'

"A tasty melange of fuzzily anthemic guitar pop, bendy song structures and sonic collagery. The May Bees (...) are worth checking out."
~ Chromewaves.net about 'Blame It On The Other Ones'

"A very alternating album (...) with a lot of peaks (...) . This band is (...) really promising."
~ Kinky Star (BE) about 'Blame It On The Other Ones

"Really good stuff (...) These songs are really quite good."
~ IndiePages.com about 'Blame It On The Other Ones'

"The songs are raw, chaotic and contagious. "Blame it" (...) is an intense record with unfortunately only 6 songs."
~ OOR about 'Blame It On The Other Ones'

"- nothing.......... + everything!"
~ LiveXS about 'Blame It On The Other Ones'

"Blame It On The Other Ones is a high quality album with raw rock songs and lots of tension." ~ Dutch Rock & Pop Institute about 'Blame It On The Other Ones'

"A perfect warming up for the first full length. We are really looking forward!"
~ 3voor12/arnhemnijmegen about 'Blame It On The Other Ones'

"High quality rocksongs (...) It seems very easy for the band to stay exciting. Respect!"
~ FRET music magazine about 'Blame It On The Other Ones

"Really, really great one!"
~ Radioindierock.com about the new single "Fields of Albany"

"Great, great stuff! Supercatchy rock!"
~ Insomnia Radio about the new single "Fields of Albany"

"The May Bees. I like it."
~ MyOwnMusicIndustry.nl

"Bombastic indie rock with a raw edge. (...) It seems that there's a nice full length album coming up."
~ Planettrash.nl about 'Blame It On The Other Ones

"Hit of the Week".
~ Radio Mortale chose The Enemy's Scientist as their

"Netherlandian Robert Pollard, Pixies, Dino Jr."
~ Palebear.com selected “Fields of Albany” for their “Blurbin’ Fridays”